ECLI:NL:GHSHE:2003:AL1846
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N. van Beelen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling premieheffing arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen in franchiseovereenkomst
Belanghebbende, samen met haar echtgenoot vennoot in een v.o.f. die een franchiseovereenkomst heeft met C, was in geschil met de Inspecteur over de premieheffing voor de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (Waz) over het jaar 1998.
De kernvraag was of belanghebbende winst uit hoofde van een dienstbetrekking had genoten zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, aanhef en onder b, van de Regeling premieheffing Waz, en of zij op grond van de toelichting bij deze regeling in redelijkheid mocht vertrouwen op het bestaan van een dergelijke dienstbetrekking.
Het hof stelde vast dat belanghebbende geen dienstbetrekking in de zin van de WAO vervult en dus geen premie voor de WAO verschuldigd is. De regeling is bedoeld om dubbele premieheffing te voorkomen als sprake is van zowel winst uit onderneming als dienstbetrekking, maar deze situatie deed zich hier niet voor.
Daarom kon belanghebbende geen beroep doen op het beschermde vertrouwen dat de regeling op haar van toepassing zou zijn. Het hof bevestigde de uitspraak van de Inspecteur en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt bevestigd.