ECLI:NL:GHSHE:2003:AL7900
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Drijkoningen
- Spoor
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over loonvordering en matiging na vernietiging ontslag
In deze civiele zaak vordert de geïntimeerde loonbetaling over de periode van 1 september 2000 tot 10 september 2001, nadat hij per 1 september 2000 onterecht zou zijn ontslagen zonder toestemming van de Regionaal Directeur voor de Arbeidsvoorziening. De kantonrechter wees de vorderingen deels toe en matigde deze deels.
In hoger beroep betwist appellant dat het ontslag nietig is en voert hij aan dat de geïntimeerde op staande voet is ontslagen vanwege disfunctioneren en gedragsproblemen. Het hof oordeelt dat het ontslag niet onverwijld is gegeven en dat de opgegeven dringende reden onvoldoende is onderbouwd, waardoor het ontslag nietig is. Ook het beroep op verjaring en rechtsverwerking faalt.
Het geschil spitst zich toe op de toepassing van de matigingsbevoegdheid van art. 7:680a BW op loonvorderingen die volgen uit een vernietigbare opzegging, ook als de werknemer zich later ziek meldt. Het hof bevestigt dat deze bevoegdheid van toepassing is en matigt de loonvordering tot zes maanden. Daarnaast wordt een nevenvordering betreffende VIP-rechten toegewezen. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze nevenvordering werd afgewezen en bekrachtigd voor het overige. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis voor zover nevenvorderingen zijn afgewezen en veroordeelt appellant tot afdracht van VIP-rechten over zes maanden, met matiging van loonvordering.