ECLI:NL:GHSHE:2003:AL8132

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
8 oktober 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
20.001496.03
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Claassens
  • De Poorter
  • Ficq
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Wegenverkeerswet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling wegens verlaten plaats verkeersongeval zonder daadwerkelijk letsel

Verdachte werd ten laste gelegd dat hij betrokken was bij een verkeersongeval en de plaats van het ongeval had verlaten terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat aan een ander letsel of schade was toegebracht, zoals bedoeld in artikel 7 van Pro de Wegenverkeerswet.

Het hof heeft het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de kinderrechter van 24 februari 2003. De beoordeling richtte zich uitsluitend op de tenlastelegging onder parketnummer 04/057505-02. Het hof heeft de bewezenverklaring en de tenlastelegging overgenomen zoals die in het vonnis van de kinderrechter zijn geformuleerd, met een nadere motivering.

De kern van de beoordeling betrof de vraag of er daadwerkelijk letsel was toegebracht aan het meisje dat door verdachte met zijn snorfiets was aangereden. Het hof concludeerde dat het enkel huilen en klagen over pijn aan het linkeronderbeen, zonder bewijs van kneuzingen, schaafwonden of andere verwondingen, niet voldoet aan het vereiste van daadwerkelijk letsel volgens artikel 7 Wegenverkeerswet Pro.

Daarom bevestigde het hof het vonnis van de kinderrechter en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging van het verlaten van de plaats van het ongeval onder de genoemde omstandigheden.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat geen daadwerkelijk letsel is vastgesteld na het verkeersongeval.

Uitspraak

parketnummer: 20.001496.03
tegenspraak.
GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH
meervoudige kamer voor strafzaken
A R R E S T
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank te Roermond van 24 februari 2003 in de strafzaak onder parketnummer 04/057271/02 en 04/057505/02 (gev.tz) tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1985,
wonende te [adres],
thans UAH gedetineerd in het Huis van Bewaring De Boschpoort te Breda.
Het hoger beroep
De officier van justitie heeft tijdig tegen genoemd vonnis hoger beroep ingesteld. Het hoger beroep moet, blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, worden begrepen als uitdrukkelijk beperkt tot de veroordeling ter zake van hetgeen aan de verdachte onder parketnummer 04/057505-02 is ten laste gelegd. Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.
Het onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van de verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging
Nu ten aanzien van de tenlastelegging en de bewezenverklaring niet opnieuw recht wordt gedaan, kan worden volstaan met de omschrijving zoals in het beroepen vonnis vervat.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis -voorzover aan het oordeel van het hof onderworpen- met aanvulling van de redengeving waarop dit berust.
Aan verdachte is tenlastegelegd – kort gezegd - dat hij betrokken was bij een verkeersongeval en de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander letsel en/of schade was toegebracht (art. 7 van Pro de Wegenverkeerswet).
Blijkens de tekst van de genoemde bepaling is een bestanddeel van het delict dat aan een ander letsel of schade is toegebracht en voorts dat verdachte zulks wist of redelijkerwijs moest vermoeden. Anders dan de officier van justitie heeft gesteld in de appelmemorie, moet – naar blijkt uit de wettekst - de schade of het letsel daadwerkelijk zijn toegebracht.
Uit het dossier blijkt niet dat enige schade of letsel is toegebracht aan het meisje dat door verdachte met zijn snorfiets is omvergereden. Het enkele feit dat het meisje als gevolg van de aanrijding door de lucht vloog en op de grond viel, waarna ze huilde en klaagde over pijn aan het linkeronderbeen brengt niet noodzakelijkerwijs mee dat het meisje letsel heeft opgelopen. De enkele pijn, terwijl niet blijkt van een kneuzing of van schaafwonden of andere verwondingen, is geen letsel in de zin van art. 7 van Pro de Wegenverkeerswet.
B E S L I S S I N G:
Het hof:
Bevestigt het beroepen vonnis, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
Dit arrest is gewezen door Mr. Claassens, als voorzitter
Mrs. De Poorter en Ficq, als raadsheren
in tegenwoordigheid van Mr. Waals, als griffier.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 oktober 2003.
U I T D R A A I G E G E V E N S 1e A A N L E G
zaaknr.: 04
tijd : 12.00
verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1985,
wonende te [adres],
thans UAH gedetineerd in het Huis van Bewaring De Boschpoort te Breda.
Is bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank te Roermond van 24 februari 2003 ter zake van:
veroordeeld tot:
vrijspr.