ECLI:NL:GHSHE:2003:AM7848
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Drijkoningen
- Den Hartog Jager
- Rechtspraak.nl
Vaststelling biologisch vaderschap en geschil over DNA-onderzoek bij minderjarige
In deze civiele procedure staat de vraag centraal of de vordering van geïntimeerde tot vaststelling van zijn biologisch vaderschap van het kind toewijsbaar is. De rechtbank had reeds een DNA-onderzoek gelast, ondanks bezwaren van appellante die het belang van het kind en haar lichamelijke integriteit benadrukte.
Appellante betwist het DNA-onderzoek en stelt dat een (kinder)psychiatrisch onderzoek noodzakelijk is om het belang van het kind te beoordelen, en dat het kind zelf gehoord had moeten worden. Het hof acht nadere informatie noodzakelijk en gelast een comparitie van partijen, waarbij ook het kind en de bijzondere curator worden gehoord.
Het hof wijst op onduidelijkheden over de procespositie van het kind en de noodzaak van medewerking van het kind aan het DNA-onderzoek. Partijen worden verzocht zich hierover nader uit te laten. De comparitie is tevens bedoeld om te bezien of een minnelijke oplossing mogelijk is. De uitspraak wordt aangehouden tot na deze comparitie.
Uitkomst: De zaak is aangehouden en een comparitie gelast om nadere informatie te verkrijgen en het belang van het kind te beoordelen.