ECLI:NL:GHSHE:2003:AN8705
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Ficq
- De Poorter
- Nieuwenhuijsen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor overtreding Meststoffenwet bij gebruik mest op grasgroenbemester
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het niet emissiearm aanwenden van dierlijke meststoffen op grasland op 13 april 2002. Het hof stelde vast dat het perceel waarop mest werd uitgereden was begroeid met Italiaans raaigras, dat werd gebruikt als grasgroenbemester ter verrijking van de grond voor maïsteelt.
Het hof oordeelde dat dit perceel niet als grasland in de zin van de Meststoffenwet moest worden aangemerkt omdat het gras korter dan zes maanden op het perceel stond en diende als bemesting voor de aanstaande teelt. Dit oordeel werd ondersteund door een brief van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
Omdat verdachte de voorgeschreven methode voor aanwending van mest op bouwland of braakland had gevolgd, achtte het hof de tenlastelegging niet wettig en overtuigend bewezen. Het hof vernietigde het vonnis van de kinderrechter en sprak verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat het perceel niet als grasland werd aangemerkt en de mest emissiearm werd toegepast.