ECLI:NL:GHSHE:2003:AN8744
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.Ch. Koster-Vaags
- Van Etten
- Drijkoningen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over loonbetaling na betwisting beëindiging arbeidsovereenkomst
In dit hoger beroep vordert appellant betaling van loon over de periode van 9 juli 2001 tot 13 augustus 2001, waarbij de werkgever stelt dat de arbeidsovereenkomst in onderling overleg per 8 juli 2001 is beëindigd. Het hof gaat uit van de door de kantonrechter vastgestelde feiten, aangezien daartegen geen grieven zijn gericht.
Appellant betwist dat hij een verklaring ex art. 7:629a BW moest overleggen bij zijn loonvordering, omdat de werkgever de arbeidsongeschiktheid expliciet heeft erkend. Het hof oordeelt dat de ziekmelding en arbeidsongeschiktheid voldoende zijn erkend en dat het niet overleggen van de verklaring geen reden is om de vordering af te wijzen.
Verder oordeelt het hof dat de werkgever het bewijs moet leveren dat de arbeidsovereenkomst per 8 juli 2001 is geëindigd, omdat dit verweer gemotiveerd wordt betwist en uit de correspondentie geen aanwijzingen voor een eerdere beëindiging blijken.
Het hof staat de werkgever toe bewijs te leveren, waaronder getuigenverhoor onder leiding van een raadsheer-commissaris, en wijst de zaak aan voor verdere procedurele stappen. Het arrest vernietigt het bestreden vonnis voor zover het de loonvordering afwees wegens het ontbreken van de verklaring ex art. 7:629a BW.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis voor het ontbreken van de verklaring ex art. 7:629a BW en staat de werkgever toe bewijs te leveren dat de arbeidsovereenkomst per 8 juli 2001 is geëindigd.