ECLI:NL:GHSHE:2003:AN9038
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Drijkoningen
- Den Hartog Jager
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verjaring en verdeling van gemeenschapsschuld na ontbinding huwelijk
Partijen waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen, maar het huwelijk werd ontbonden in 1981, waarna de vrouw afstand deed van de huwelijksgoederengemeenschap. De man vorderde betaling van de vrouw van een bedrag gerelateerd aan een gemeenschappelijke schuld aan de RVS, gebaseerd op hoofdelijk aansprakelijkheid en wettelijke regresverplichtingen.
De rechtbank wees de vordering af wegens verjaring, maar het hof heroverwoog dit oordeel. Het hof stelde vast dat de vordering niet kan worden gegrond op verdeling van een goed uit de huwelijksgoederengemeenschap, aangezien het deel van de vrouw was aangewast bij dat van de man. De vordering is derhalve uitsluitend gebaseerd op betaling uit het privévermogen van de vrouw.
De vrouw beriep zich terecht op verjaring van de vordering op grond van artikel 3:310 lid 1 BW Pro, aangezien de man binnen vijf jaar voorafgaand aan 1999 geen aanspraak had gemaakt. Het hof bevestigde dat de vordering een schadevergoeding betreft en verklaarde de vordering verjaard. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd met verbetering van gronden en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering van de man is verjaard en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd met compensatie van proceskosten.