ECLI:NL:GHSHE:2003:AN9046
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Drijkoningen
- Den Hartog Jager
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot procederen namens nalatenschap op grond van artikel 3:171 BW
Appellante vorderde namens de nalatenschap betaling van een bedrag van geïntimeerde, mede-erfgenaam en deelgenoot in de onverdeelde nalatenschap. Zij baseerde haar bevoegdheid uitsluitend op artikel 3:171 BW Pro, dat een deelgenoot toestaat een rechtsvordering in te stellen ten behoeve van de gemeenschap.
De rechtbank verklaarde appellante niet-ontvankelijk, omdat zij niet voor de gezamenlijke deelgenoten optreedt en een vordering tegen een mede-deelgenoot niet ontvankelijk is. Appellante voerde hoger beroep en betwistte deze uitleg, stellende dat artikel 3:171 BW Pro niet zo strikt moet worden toegepast en dat geïntimeerde feitelijk geen deelgenoot is.
Het hof oordeelt dat de bevoegdheid van appellante beperkt is tot het optreden voor de gezamenlijke deelgenoten en dat zij niet namens zichzelf of slechts ten behoeve van de nalatenschap kan procederen tegen een mede-deelgenoot die zich daartegen verzet. De materiële positie van geïntimeerde doet hier niet aan af. Bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen zijn niet gesteld of gebleken. De grief faalt en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en verklaart appellante niet bevoegd om namens de nalatenschap tegen geïntimeerde te procederen.