ECLI:NL:GHSHE:2003:AN9095
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Blokland
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag loonbelasting wegens onkostenvergoeding directeur
Belanghebbende, een Belgische vennootschap die straal- en conserveringswerkzaamheden verricht, kreeg voor de jaren 1996 en 1997 een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd. De Inspecteur nam een deel van wekelijkse betalingen aan de directeur, de heer B, als bovenmatige onkostenvergoeding en daarmee als nettoloon aan. Belanghebbende stelde dat deze betalingen uitsluitend vergoeding waren van door de directeur voorgeschoten kosten, waaronder een wiellader.
Tijdens de procedure stelde het hof vast dat de heer B als directeur met volledige volmacht werkzaam was en dat betalingen aan hem plaatsvonden zonder inhouding van loonbelasting. Belanghebbende kon echter niet aannemelijk maken dat de betalingen volledig bestemd waren ter vergoeding van kosten, noch dat de wielladerbetalingen door de heer B waren voorgeschoten.
De Inspecteur stelde dat de naheffingsaanslag eerder te laag dan te hoog was. Het hof oordeelde dat de bewijslast bij belanghebbende lag en dat deze niet voldoende bewijs had geleverd. Daarom werd de naheffingsaanslag gehandhaafd. Proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak werd op 17 september 2003 door het hof te 's-Hertogenbosch in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting over 1996-1997 wordt bevestigd omdat de betalingen aan de directeur niet als louter onkostenvergoeding konden worden aangemerkt.