ECLI:NL:GHSHE:2003:AN9812
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Lamers
- Koens
- Walstock
- Rechtspraak.nl
Verlening schone lei ondanks geringe tekortkoming in schuldsaneringsregeling
Appellanten, gehuwd en woonachtig te Ravenstein, zijn onderworpen aan een schuldsaneringsregeling die door de rechtbank te ’s-Hertogenbosch definitief is vastgesteld op 13 december 1999. De totale schuldenlast bedroeg circa €13.150. Medische rapporten van de GGD stelden beperkingen vast bij beide appellanten, die hun arbeidsgeschiktheid beïnvloeden.
De rechtbank had bij vonnissen van 8 juli 2003 vastgesteld dat appellanten toerekenbaar tekort waren geschoten in hun verplichtingen, onder meer door het niet verrichten van betaalde arbeid en het ontstaan van nieuwe schulden. Appellanten stelden zich op het standpunt dat zij zich aan de regeling hadden gehouden, dat zij niet in staat waren fulltime te werken en dat de nieuwe schulden niet verwijtbaar waren.
Het hof oordeelde dat appellanten gedurende de regeling hun boedelbijdragen voldeden en zich hielden aan aanwijzingen van de sociale dienst. De man was tot juni 2002 vrijgesteld van sollicitatieplicht en volgde daarna scholing. De vrouw was geheel vrijgesteld. Nieuwe schulden waren grotendeels na afloop van de regeling ontstaan en de geringe schulden tijdens de regeling werden als van geringe betekenis beoordeeld.
Het hof vernietigde de vonnissen van de rechtbank en stelde vast dat hoewel sprake was van een tekortkoming, deze vanwege geringe betekenis buiten beschouwing bleef. De toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigde formeel bij de verbindendverklaring van de slotuitdelingslijst, maar de verplichtingen van appellanten waren reeds op 13 december 2002 geëindigd.
Uitkomst: Het hof verleent appellanten de schone lei ondanks een geringe tekortkoming in de nakoming van de schuldsaneringsregeling.