ECLI:NL:GHSHE:2003:AO1233
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Waarde van aandelen B.V. en latentie vennootschapsbelasting in vermogensbelasting
Belanghebbende had bij de aangifte vermogensbelasting 2000 de aandelen in B B.V. opgenomen tegen intrinsieke waarde zonder rekening te houden met de fiscaal niet geactiveerde goodwill. De Inspecteur corrigeerde dit door de waarde te verhogen met de goodwill, verminderd met een belastinglatentie van 20%. Belanghebbende stelde dat de latentie 25% moest zijn, gebaseerd op een aandelenovername en praktijkgegevens.
Het geschil spitste zich toe op de juiste hoogte van de belastinglatentie die in mindering gebracht moet worden op de bruto goodwill van de apotheek geëxploiteerd door A B.V., dochter van B B.V. Het Hof stelde vast dat de waarde in het economisch verkeer van de goodwill en aandelen moet worden bepaald op basis van feitelijke transacties en marktgegevens, waarbij de latentie een contante waarde van toekomstige vennootschapsbelasting betreft.
Belanghebbende kon geen overtuigend bewijs leveren voor het hanteren van 25%, terwijl de Inspecteur aannemelijk maakte dat 20% een redelijke inschatting is, mede gelet op jurisprudentie en praktijk. Het Hof concludeerde dat de Inspecteur zijn bewijslast had voldaan en belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de latentie hoger moest zijn.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de aanslag vermogensbelasting gehandhaafd. Het griffierecht werd niet vergoed en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vermogensbelasting gehandhaafd met een belastinglatentie van 20%.