ECLI:NL:GHSHE:2003:AO1234
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.M. Bongaarts
- J.W. van der Voort
- J. Swinkels
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt woonplaats België voor vennootschap na 30 mei 1996 en toekent schadevergoeding
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende na 30 mei 1996 als inwoner van België kan worden aangemerkt in de zin van het belastingverdrag tussen Nederland en België. Belanghebbende had haar statutaire zetel en feitelijke leiding naar België verplaatst en stelde dat zij vanaf die datum Belgisch inwoner was. De Inspecteur betwistte dit en voerde onder meer aan dat de feitelijke leiding in Nederland zou zijn gebleven en dat de vennootschap zich in liquidatiefase bevond.
Het Hof stelde vast dat de aandeelhouders daadwerkelijk naar België waren geëmigreerd, de statuten waren gewijzigd en dat belanghebbende vanaf 31 mei 1996 feitelijk in België was gevestigd. De Inspecteur kon onvoldoende bewijs leveren dat de feitelijke leiding in Nederland was gebleven. Het Hof oordeelde dat de verdragswoonplaats vanaf die datum België was, waardoor de aanslag vennootschapsbelasting verminderd werd tot nihil.
Daarnaast kende het Hof belanghebbende een schadevergoeding toe voor de kosten van rechtsbijstand in de bezwaarfase en vergoedde het griffierecht en proceskosten. De vergoeding werd gematigd op basis van de samenhang met andere zaken en de aard van de kosten.
De uitspraak bevestigt het belang van feitelijke omstandigheden bij de woonplaatsbepaling voor belastingverdragen en benadrukt dat liquidatieactiviteiten na emigratie niet verhinderen dat de vennootschap als Belgisch inwoner wordt aangemerkt. Het vonnis is in cassatie aan te vechten.
Uitkomst: Het Hof oordeelt dat belanghebbende vanaf 31 mei 1996 inwoner van België is en vermindert de aanslag vennootschapsbelasting tot nihil, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten.