ECLI:NL:GHSHE:2003:AO2337
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Fortuin
- J.W. Verstraate
- M.E. van Hilten
- Rechtspraak.nl
Vaststelling accijnsnaheffing voor voorhanden hebben van niet-aangegeven whisky met voorwaardelijke opzet
In deze zaak staat centraal of de belanghebbende terecht is aangeslagen voor accijns over een partij van 19.008 flessen whisky die niet volgens de wettelijke bepalingen is aangegeven. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag met verhoging op, waarvan een deel werd kwijtgescholden. De belanghebbende voerde aan dat hij niet de feitelijke beschikkingsmacht had en dat de naheffing onterecht was.
Het hof baseert zich op verklaringen van de belanghebbende, vastgelegd in FIOD-processen-verbaal, waaruit blijkt dat hij de partij whisky kende, betrokken was bij opslag en levering, en feitelijke controle had. Ondanks zijn ontkenningen acht het hof deze verklaringen geloofwaardig en oordeelt dat de belanghebbende de goederen feitelijk voorhanden had in de zin van artikel 2f van de Wet op de accijns.
Verder concludeert het hof dat de belanghebbende willens en wetens het risico heeft aanvaard dat de accijns niet werd voldaan, hetgeen neerkomt op voorwaardelijke opzet. Daarom is de naheffingsaanslag met verhoging terecht opgelegd. Gezien de overschrijding van de redelijke termijn wordt de verhoging gematigd tot 45%. Het hof vernietigt de bestreden uitspraak, handhaaft de naheffing, wijst de proceskosten toe aan de belanghebbende en gelast vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag accijns met een gematigde verhoging van 45% wordt gehandhaafd en de proceskosten worden aan de belanghebbende toegewezen.