ECLI:NL:GHSHE:2003:AO2804
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Koster-Vaags
- Waaijers
- Spoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opheffing dwangsombepaling na ontbinding arbeidsovereenkomst Philips
Appellant trad in 1970 in dienst bij de rechtsvoorganger van Philips en werd in 2002 op non-actief gesteld wegens belangenverstrengeling. Philips verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst, maar de kantonrechter wees dit verzoek in april 2002 af wegens onvoldoende onderbouwing en gebrek aan hoor en wederhoor.
Appellant vorderde wedertewerkstelling, waarop de kantonrechter in mei 2002 Philips beval hem weer aan het werk te stellen, onder dreiging van een dwangsom. Philips diende tijdig een nieuw ontbindingsverzoek in met uitgebreide producties, waaronder een KPMG-rapport dat later werd aangevuld. De arbeidsovereenkomst werd in juli 2002 ontbonden met vergoeding aan appellant.
Er ontstond een executiegeschil over de dwangsommen, waarbij Philips stelde dat zij tijdelijk niet kon voldoen aan de veroordeling wegens afhankelijkheid van het KPMG-rapport. De kantonrechter hief de dwangsommen op, wat appellant aanvocht in hoger beroep. Het hof oordeelde dat Philips tijdig een gemotiveerd verzoekschrift had ingediend en dat de tijdelijke onmogelijkheid om aan de dwangsombepaling te voldoen gegrond was.
Het hof verwierp de grieven van appellant en bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, waarbij appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de opheffing van de dwangsombepaling en veroordeelt appellant in de proceskosten.