ECLI:NL:GHSHE:2003:AO5105
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N. van Beelen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ondernemerschap voor omzetbelasting bij bemiddeling in scheepsverkoop
Belanghebbende werd door de Inspecteur een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1996 tot en met 1999 wegens het drijven van een onderneming door bemiddeling bij de verkoop van schepen. Belanghebbende werkte samen met B B.V., die een jachthaven exploiteerde en provisies ontving van verkopers. Belanghebbende ontving een derde van deze provisies en stuurde facturen aan B B.V.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende als ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 kon worden aangemerkt. Belanghebbende stelde dat hij een vrij beroep uitoefende en geen ondernemer was. Het hof stelde vast dat belanghebbende op meer dan incidentele wijze deelnam aan het economisch verkeer en dat zijn activiteiten onder het begrip 'bedrijf' of in ieder geval onder 'beroep' vielen volgens artikel 7 van Pro de Wet.
Het hof verwierp het verweer van belanghebbende en oordeelde dat het beroep ongegrond was. Tevens merkte het hof op dat eventuele tekortkomingen van B B.V. in de naleving van haar fiscale verplichtingen niet relevant waren voor de verplichtingen van belanghebbende zelf. Het griffierecht werd niet vergoed en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting gehandhaafd.