ECLI:NL:GHSHE:2003:AO9830
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Gründemann
- Mooy
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot vijf jaar gevangenisstraf voor medeplegen van drugshandel en voorbereiding productie XTC
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk vervoeren en aanwezig hebben van middelen vermeld op lijst I van de Opiumwet, waaronder amfetamine en MDMA, alsmede het voorbereiden van het vervaardigen van XTC-pillen. In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis en deed opnieuw recht. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van september 2001 tot september 2002 te ’s-Hertogenbosch in vereniging met anderen grote hoeveelheden amfetamine en MDMA vervoerde en aanwezig had, en voorbereidingshandelingen verrichtte voor de productie van XTC.
De verdediging voerde onder meer aan dat de verklaringen van een belangrijke getuige niet mochten worden gebruikt wegens strijd met artikel 6 EVRM Pro, omdat deze getuige weigerde vragen te beantwoorden. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat de verklaring van de getuige in samenhang met andere bewijsmiddelen, zoals tapgesprekken, observaties en aangetroffen middelen, overtuigend bewijs vormde. Ook het verweer dat de pillen na huiszoeking door een ander waren geplaatst, werd verworpen.
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de ernst van de feiten, de duur van de criminele activiteiten, het gevaar voor de volksgezondheid en het initiatief van verdachte. Tegelijkertijd werd meegewogen dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten was veroordeeld en dat de concentratie amfetamine lager was dan gebruikelijk. Uiteindelijk werd verdachte veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf, met aftrek van de reeds doorgebrachte voorlopige hechtenis.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor medeplegen van drugshandel en voorbereiding productie XTC.