ECLI:NL:GHSHE:2003:AO9845

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
6 oktober 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
20.001207.03
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Eijsenga
  • Van Nierop
  • Bark - van Gink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24c SrArt. 14h SrArt. 14i SrArt. 14j SrArt. 14k Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling voor afpersing en diefstal met geweld tot vijf jaar gevangenisstraf

Verdachte is in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar wegens afpersing en diefstal met geweld. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof heeft de bewijsvoering volledig herzien en vervangen, waarbij het uitsluitend gebruik heeft gemaakt van bewijsmiddelen die rechtstreeks betrekking hebben op de bewezen verklaarde feiten.

Daarnaast betrof het hoger beroep ook de beslissing over de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van één week, die eerder door de politierechter was opgelegd. Het hof heeft deze tenuitvoerlegging afgewezen vanwege het ontbreken van voldoende gronden, mede gelet op de duur van de opgelegde straf in deze zaak.

Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank voor het overige en vernietigt het alleen voor zover het gaat om de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf. Tevens is een passage uit de strafmotivering verwijderd omdat deze onvoldoende onderbouwd was. De opgelegde straf blijft vijf jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en bijkomende veroordelingen tot betaling aan benadeelde partijen.

Uitkomst: Veroordeling tot vijf jaar gevangenisstraf bevestigd, tenuitvoerlegging van voorwaardelijke straf van één week afgewezen.

Uitspraak

tegenspraak
GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH
meervoudige kamer voor strafzaken
A R R E S T
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 10 april 2003 in de strafzaak onder de parketnummers 01/045196-02 en 01/047698-01 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1966,
thans preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting P.I. Nieuw-Vosseveld te Vught.
Het hoger beroep
De verdachte heeft tijdig tegen genoemd vonnis hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van de verdachte naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, met dien verstande dat het hof in de redengeving van de op te leggen straf bij de ten bezware van verdachte naar voren gekomen omstandigheden de na het vijfde gedachtenstreepje opgenomen zin: "Verdachte ziet de ernst van het door hem aan zijn slachtoffers aangedane leed kennelijk niet dan wel onvoldoende in" zal elimineren, en behalve voor wat betreft:
- de bewijsvoering;
- de beslissing op de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging;
- de toepasselijke wetsartikelen.
De bewijsvoering behoeft, mede gelet op hetgeen in hoger beroep aan de orde is gekomen, verbetering. Om wille van de leesbaarheid wordt de bewijsvoering in haar geheel vervangen. De bewezenverklaring door de eerste rechter komt uitsluitend te berusten op de hierna volgende bewijsmiddelen en bijzondere overwegingen omtrent het bewijs.
De tenlastelegging
Het hof neemt hier uit het beroepen vonnis de weergave van de tenlastelegging over.
In deze weergave van de tenlastelegging zijn de door de eerste rechter aangebrachte verbeteringen begrepen.
De door het hof gebruikte bewijsmiddelen
PRO MEMORIE
De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.
Elk bewijsmiddel wordt slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.
De vordering tot tenuitvoerlegging
Het hoger beroep heeft mede betrekking op de beslissing die de eerste rechter heeft genomen op de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging alsnog van één week gevangenisstraf, aan de verdachte opgelegd bij onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch d.d. 16 april 2002, parketnummer 01/047698-01.
Het hof zal de gevorderde tenuitvoerlegging afwijzen, omdat voor toewijzing tegen de achtergrond van de duur van de in deze zaak opgelegde straf geen termen aanwezig zijn.
De toegepaste wettelijke voorschriften
De oplegging van straf en maatregel en de beslissing op de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging zijn gegrond op de artikelen: 24c, 14h, 14i, 14j, 14k, 36f, 57, 63, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.
B E S L I S S I N G :
Het hof:
Vernietigt het beroepen vonnis, doch alleen voor zover dit betreft de beslissing op de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch d.d. 16 april 2002, parketnummer 01/047698-01, aan de veroordeelde opgelegde doch voorwaardelijk niet tenuitvoergelegde straf, te weten een gevangenisstraf voor de tijd van één week.
Bevestigt het beroepen vonnis voor al het overige.
Dit arrest is gewezen door Mr. Eijsenga, als voorzitter
Mrs. Van Nierop en Bark - van Gink, als raadsheren
in tegenwoordigheid van Mr. Looijmans, als griffier.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 oktober 2003.
U I T D R A A I G E G E V E N S 1e A A N L E G
zaaknr.: 01
tijd : 09.30
verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1966,
wonende te [adres],
thans preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting P.I. Nieuw-Vosseveld te Vught
Is bij vonnis van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 10 april 2003 ter zake van:
t.a.v. sub 1, sub 2, sub 3 en sub 5 telkens: "Afpersing",
t.a.v. sub 4: "Diefstal gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak",
veroordeeld tot:
een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, met oplegging aan verdachte van de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer genaamd Slijterij Mitra, t.a.v. [benadeelde partij 1] van een bedrag van Eur. 250,--, subsidiair vijf dagen hechtenis en met toewijzing van de vordering van de benadeelde partij Slijterij Mitra en veroordeling van verdachte tot betaling aan de benadeelde partij voornoemd van een bedrag van Eur. 250,--, met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij tot op de dag van de uitspraak gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de uitspraak alsnog te maken, tot op de dag van de uitspraak begroot op nihil, met oplegging aan verdachte van de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij 2] van een bedrag van Eur. 711,77, subsidiair veertien dagen hechtenis en met toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] en veroordeling van verdachte tot betaling aan de benadeelde partij voornoemd van een bedrag van Eur. 711,77, met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij tot op de dag van de uitspraak gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de uitspraak alsnog te maken, tot op de dag van de uitspraak begroot op nihil, met last tot tenuitvoerlegging van de straf, voorzover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch d.d. 16 april 2002, parketnummer 01/047698-01, te weten een gevangenisstraf voor de duur van een week.