ECLI:NL:GHSHE:2003:BC2780
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Kranenburg
- Huijbers-Koopman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis inzake verkoop woning en boedelscheiding na echtscheiding
Partijen waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn gescheiden. De man vorderde in eerste aanleg onder meer medewerking van de vrouw aan verkoop en ontruiming van de woning op Cyprus om gemeenschapsschulden af te lossen.
De vrouw voerde in hoger beroep meerdere grieven aan, waaronder onbevoegdheid van de Nederlandse rechter vanwege haar woonplaats in Cyprus, betwisting van het spoedeisend belang van de man en bezwaren tegen de belangenafweging en dwangsom.
Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft omdat de vrouw niet tijdig onbevoegdheid heeft aangevoerd. De man heeft een spoedeisend belang vanwege zijn financiële noodtoestand, mede veroorzaakt door pre-pensioen en beslag op zijn pensioen. De verkoop van de woning is noodzakelijk om de schulden te voldoen en de impasse te doorbreken.
De belangenafweging weegt door in het voordeel van de man; de vrouw moet de woning ontruimen en meewerken aan verkoop. De dwangsom is niet onredelijk en wordt gemaximeerd. De incidentele vordering tot schorsing van de uitvoerbaarheid wordt afgewezen. Het vonnis wordt bekrachtigd met enkele verduidelijkingen en de vrouw wordt veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt de vrouw tot medewerking aan verkoop en ontruiming van de woning op Cyprus met maximering van de dwangsom.