ECLI:NL:GHSHE:2003:BC4875
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- De Kok
- Feith
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verplichting tot zekerheidstelling ter vervanging van conservatoir beslag
In deze civiele zaak staat centraal de vraag of een schuldenaar kan worden gedwongen tot het stellen van aanvullende zekerheid in de vorm van een bankgarantie ter vervanging van een conservatoir beslag. Appellant vordert dat geïntimeerde binnen drie dagen een bankgarantie stelt voor een hoger bedrag dan eerder geboden, met specifieke voorwaarden.
Het geschil vloeit voort uit een aannemingsovereenkomst tussen partijen en de daarop volgende ontbinding en schadevorderingen. Appellant had conservatoir beslag gelegd op grond van een begrote vordering, waarvan de omvang later door het hof werd verhoogd. Geïntimeerde bood een bankgarantie aan ter hoogte van het lagere bedrag, waarop appellant opheffing van beslag eiste tegen aanvullende zekerheid.
Het hof stelt vast dat het recht op het leggen van conservatoir beslag en de mogelijkheid tot opheffing daarvan met zekerheidstelling geregeld zijn in artikel 700 en Pro 705 lid 2 Rv. Deze regeling geeft de schuldenaar de keuze om het beslag te dulden of op te heffen door zekerheid te stellen, maar legt hem geen verplichting op tot aanvullende zekerheid. Artikel 6:51 BW Pro is niet van toepassing op deze situatie.
Daarom kan geïntimeerde niet worden gedwongen tot het stellen van de door appellant verlangde aanvullende bankgarantie. De vorderingen van appellant worden afgewezen en het vonnis in conventie wordt vernietigd. De kosten van het geding worden gecompenseerd zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering van appellant tot aanvullende zekerheidstelling wordt afgewezen en het beslag blijft in stand.