ECLI:NL:GHSHE:2003:BF0459
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Feith
- De Kok
- De Groot-van Dijken
- Rechtspraak.nl
Geen aansprakelijkheid gemeente voor val op geringe oneffenheid trottoir
Appellante is op 18 september 1998 ten val gekomen op een trottoir in de gemeente Horst. Zij stelde dat het trottoir een gebrek vertoonde in de zin van art. 6:174 BW Pro, waardoor de gemeente aansprakelijk zou zijn voor haar letsel.
In hoger beroep heeft het hof getuigen gehoord, waaronder appellante zelf, een kapster die een kapsalon nabij de valplaats heeft en een andere persoon die in dezelfde periode ook gevallen zou zijn. De getuigen konden echter geen concrete omvang of diepte van de oneffenheid aangeven. De gemeente bracht ambtenaren naar voren die ter plaatse een geringe verzakking van circa 60-70 cm doorsnede en 1,5 tot 2,5 cm diepte constateerden, welke volgens de gemeente geen schade veroorzaakte en pas later werd hersteld.
Het hof concludeert dat de geringe en geleidelijk verlopende oneffenheid niet voldoet aan de criteria van een gebrek zoals bedoeld in art. 6:174 BW Pro. Het feit dat anderen mogelijk ook gevallen zijn, bewijst niet dat het trottoir ondeugdelijk was. De primaire en subsidiaire stellingen van appellante worden afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Appellante wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis dat de gemeente niet aansprakelijk is voor de val op het trottoir.