ECLI:NL:GHSHE:2004:AO3282
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Huurman-van Asten
- Brandenburg
- Rijken
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overschrijding termijn ontnemingsvordering
De veroordeelde was bij vonnis van de rechtbank te 's-Hertogenbosch op 7 november 2002 veroordeeld tot betaling van een geldbedrag aan de Staat. Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld, maar pas op 5 maart 2003, ruim na de wettelijke termijn van veertien dagen na de einduitspraak.
Het hof onderzocht of de veroordeelde toch ontvankelijk kon worden verklaard in het hoger beroep, mede op grond van het verweer dat de mededeling over de datum van uitspraak niet hoorbaar was gedaan tijdens de terechtzitting van 27 september 2002. Uit het onderzoek, inclusief getuigenverhoren en griffieraantekeningen, bleek dat de uitspraakdatum wel degelijk was medegedeeld en dat de vordering van de officier van justitie onderwerp van gesprek was geweest.
Het hof oordeelde dat geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die een overschrijding van de termijn konden rechtvaardigen. Daarom werd de veroordeelde niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken op 16 januari 2004 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De veroordeelde wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de wettelijke termijn.