ECLI:NL:GHSHE:2004:AO4103
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Kranenburg
- Meulenbroek
- Feddes
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanvullende afspraken in koopovereenkomst onroerend goed
In deze civiele zaak staat centraal of partijen aanvullende afspraken hebben gemaakt naast de schriftelijke koopovereenkomst van vier bouwpercelen in Breda. Appellant betwistte dat er aanvullende afspraken waren en vorderde onder meer een bedrag dat door de notaris in depot was gehouden en een contractuele boete. Geïntimeerde Heja vorderde een verklaring voor recht dat de brief van 1 december 2000, die een telefoongesprek bevestigt, deel uitmaakt van de koopovereenkomst.
De rechtbank had Heja toegelaten de inhoud van de brief te bewijzen en oordeelde dat Heja in haar bewijs was geslaagd, waarna de vorderingen van appellant werden afgewezen en die van Heja werden toegewezen. Het hof bevestigt dat appellant geen grieven heeft gericht tegen het tussenvonnis dat de bewijsopdracht bevatte en verklaart hem niet-ontvankelijk in dat beroep.
Het hof acht Heja geslaagd in het leveren van het bewijs dat de aanvullende afspraken zijn gemaakt, mede omdat appellant niet tijdig een afwijzende reactie op de brief gaf en de getuigenverklaring van Heja’s directeur overtuigend was. Het hof staat toe dat appellant drie getuigen in contra-enquête hoort ter voortzetting van het bewijsproces. Het hof bepaalt nadere procedurele stappen en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat aanvullende afspraken deel uitmaken van de koopovereenkomst en staat toe dat appellant getuigen in contra-enquête hoort.