ECLI:NL:GHSHE:2004:AO4133
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Drijkoningen
- Den Hartog Jager
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vermogensrechtelijke afwikkeling echtscheiding en waardering echtelijke woning
Partijen zijn in 1970 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van vermogensgemeenschap en een periodiek verrekenbeding dat nooit is uitgevoerd. Na hun echtscheiding in 1998 ontstonden geschillen over de vermogensrechtelijke afwikkeling, waaronder de waardering en toedeling van de voormalige echtelijke woning.
De man vorderde toedeling van de woning tegen de waarde per 1 april 1996, gebaseerd op een vermeende overeenkomst tussen partijen op die datum. De vrouw betwistte het bestaan van deze afspraak en stelde dat de opschortende voorwaarde niet was vervuld, en voerde alternatieve gronden aan zoals dwaling en misbruik van omstandigheden.
De rechtbank legde de bewijslast voor het bestaan van de afspraak bij de man en bepaalde dat hij het voorschot voor het deskundigenonderzoek moest betalen. Het hof oordeelt dat de man voorshands aannemelijk heeft gemaakt dat de afspraak bestond, maar vernietigt de bewijsopdracht en geeft de vrouw gelegenheid tot tegenbewijs. Tevens bepaalt het hof dat de deskundigenkosten door beide partijen gelijkelijk moeten worden gedragen.
De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere afhandeling, waarbij het hof de proceskosten van het hoger beroep compenseert zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis voor bewijsopdracht en deskundigenkosten, verwijst de zaak terug en bepaalt dat partijen de deskundigenkosten ieder voor de helft dragen.