ECLI:NL:GHSHE:2004:AO5324
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Claassens
- Van den Elzen
- Otten
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake invordering rijbewijs en verkeersdelicten met taakstraf en ontzegging rijbevoegdheid
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994, waaronder het niet overhandigen van zijn ingevorderde rijbewijs dat gestolen was. De verdediging stelde dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard omdat verdachte door omstandigheden het rijbewijs niet kon inleveren en niet was gewezen op de gevolgen hiervan.
Het hof oordeelt dat het feit dat verdachte het rijbewijs niet kon inleveren voor zijn eigen rekening komt, omdat hij zich na de diefstal had moeten voorzien van een vervangend rijbewijs. De wettelijke termijn van tien dagen waarbinnen de officier van justitie moet beslissen over teruggeven van het rijbewijs gaat in na feitelijke overgifte, die hier niet heeft plaatsgevonden.
Verder overweegt het hof dat het niet wijzen op de consequenties van de vordering niet leidt tot niet-ontvankelijkheid van het OM of straffeloosheid van verdachte, omdat de strafbaarheid rechtstreeks uit de wet voortvloeit. Verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur, met een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 3 maanden en een onvoorwaardelijke ontzegging van 6 maanden, mede vanwege eerdere veroordelingen en het belang van verkeersveiligheid.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur en ontzegging van de rijbevoegdheid voor 6 maanden onvoorwaardelijk en 3 maanden voorwaardelijk.