ECLI:NL:GHSHE:2004:AO5908
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Haartransplantatie-uitgaven niet erkend als buitengewone lasten wegens ziekte
De belanghebbende had in 1999 uitgaven gedaan voor een haartransplantatie ter waarde van fl. 13.925,=. Hij voerde aan dat deze uitgaven op medische gronden en in overleg met zijn huisarts waren gedaan en vorderde erkenning als buitengewone lasten wegens ziekte op grond van artikel 46, eerste lid, onderdeel b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Het hof overwoog dat kaalheid bij mannen van de leeftijd van de belanghebbende als een normaal verschijnsel wordt gezien en niet als ziekte kan worden aangemerkt. De door belanghebbende overgelegde medische verklaringen en brieven van huisartsen en dermatoloog boden onvoldoende bewijs dat de haartransplantatie medisch noodzakelijk was of dat sprake was van een ziekte in de zin van de wet.
Ook het psychisch lijden als gevolg van kaalheid werd niet aannemelijk gemaakt, aangezien geen verwijzing of behandeling door een specialist op dit gebied was gebleken. De haartransplantatie had bovendien het onderliggende eczeem niet weggenomen.
Daarom werden de kosten van de haartransplantatie terecht niet als buitengewone lasten toegelaten en werd het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. Het hof wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de kosten van de haartransplantatie worden niet als buitengewone lasten wegens ziekte erkend.