ECLI:NL:GHSHE:2004:AO6250
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Swinkels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid advocaatkosten in procedure over pensioenrente bij echtscheiding
Belanghebbende was tot 1 maart 1999 werkzaam bij een werkgever en ontving vanaf die datum pensioen. Na echtscheiding in 1985 was overeengekomen dat belanghebbende zijn ex-echtgenote een bedrag zou uitkeren ter zake van haar aandeel in pensioenrechten en een levensverzekering, vermeerderd met rente. Over de hoogte van de rente bestond onenigheid, wat leidde tot een procedure waarbij belanghebbende advocaatkosten maakte.
Belanghebbende bracht deze advocaatkosten in aftrek als kosten die drukken op zijn inkomsten uit arbeid. De Inspecteur weigerde deze aftrek. Het hof oordeelde dat de rente die belanghebbende aan zijn ex-echtgenote moest betalen geen bron van inkomen voor hem vormde, zodat de advocaatkosten niet als aftrekbare kosten ter verwerving van inkomsten konden worden aangemerkt.
Het hof stelde vast dat de advocaatkosten betrekking hadden op een procedure over de berekening van rente en dat deze kosten eerder verband hielden met het voorkomen van rente-uitgaven, welke niet aftrekbaar zijn. Ook de stelling dat rente en pensioenrechten als één bedrag moeten worden gezien, deed hieraan niet af. Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt gehandhaafd.