ECLI:NL:GHSHE:2004:AO6592

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
23 maart 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
20.000233.04
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Huurman-van Asten
  • De Vries-Leemans
  • Reijntjes
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid economische kamer rechtbank bij ontnemingszaak als sequeel strafzaak

In deze zaak stond centraal de vraag of de economische kamer van de rechtbank te Roermond bevoegd was om kennis te nemen van een vordering tot ontneming op grond van artikel 36e, lid 1 van het Wetboek van Strafrecht. De economische kamer was in eerste aanleg reeds onbevoegd verklaard ten aanzien van de strafzaak die gelijktijdig aanhangig was.

Het hof oordeelde dat de ontnemingszaak als een sequeel van de strafzaak moet worden beschouwd. Hierdoor kon de economische kamer niet bevoegd zijn om kennis te nemen van de ontnemingsvordering, aangezien zij ook onbevoegd was in de strafzaak zelf. Dit leidde tot vernietiging van het vonnis van 11 december 2003 en de beslissing dat de economische kamer onbevoegd is.

De beslissing heeft tot gevolg dat de ontnemingszaak niet door de economische kamer behandeld kan worden, en dat de procedure elders moet worden voortgezet. Het arrest is gewezen door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 23 maart 2004.

Uitkomst: De economische kamer van de rechtbank te Roermond is onbevoegd verklaard om kennis te nemen van de ontnemingsvordering.

Uitspraak

parketnummer: 20.000233.04 O.W.V.
datum uitspraak: 23 maart 2004
GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH
Economische kamer
A R R E S T
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische kamer in de Rechtbank te Roermond van 11 december 2003 in de strafzaak onder parketnummer 04/610166-02 tegen:
[verdachte],
gevestigd te [adres],
thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
Het hoger beroep
De officier van justitie heeft tijdig tegen genoemd vonnis hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal.
Het vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.
De bevoegdheid van de eerste rechter
De verdachte is bij vonnis van de economische kamer van de Rechtbank te Roermond van 30 juli 2003 terzake van hetgeen aan de verdachte bij inleidende dagvaarding is ten laste gelegd vrijgesproken.
De officier van justitie is bij beslissing van 11 december 2003 van voornoemde economische kamer, niet ontvankelijk verklaard in zijn vordering ex artikel 36e, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht. Daarbij is voorts het ter ontneming gelegde beslag opgeheven.
Bij arrest van heden heeft het hof in de strafzaak de economische kamer van de rechtbank onbevoegd verklaard tot kennisneming van hetgeen aan de verdachte bij inleidende dagvaarding onder parketnummer 04/610166-02 is ten laste gelegd.
Nu in eerste aanleg de economische kamer onbevoegd was om kennis te nemen van de strafzaak, was deze kamer evenmin bevoegd tot kennisneming van de vordering ex artikel 36e, lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, omdat deze ontnemingszaak dient te worden gezien als een sequeel van de gelijktijdig aanhangig gebrachte strafzaak.
Om die reden is het hof van oordeel dat de economische kamer van de Rechtbank te Roermond zich eveneens onbevoegd had dienen te verklaren om van de onderhavige ontnemingszaak kennis te nemen.
B E S L I S S I N G:
Het hof:
Vernietigt het beroepen vonnis en doet opnieuw recht:
Verklaart de economische kamer van de Rechtbank te Roermond onbevoegd tot kennisneming van de vordering in de ontnemingszaak onder parketnummer 04/610166-02.
Dit arrest is gewezen door Mr. Huurman-van Asten, als voorzitter
Mrs. De Vries-Leemans en Reijntjes, als raadsheren
in tegenwoordigheid van Mr. Bouwer, als griffier.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 maart 2004.
U I T D R A A I G E G E V E N S 1e A A N L E G
zaaknr.: 01A
tijd : 09.30
verdachte:
[verdachte],
gevestigd te [adres],
thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande
Is bij vonnis van de economische kamer in de rechtbank te Roermond van 11 december 2003 ter zake van:
"Overtreding van artikel 36e Wetboek van Strafrecht",
veroordeeld tot:
PG niet-ontv. in vord.