ECLI:NL:GHSHE:2004:AO6592
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Huurman-van Asten
- De Vries-Leemans
- Reijntjes
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid economische kamer rechtbank bij ontnemingszaak als sequeel strafzaak
In deze zaak stond centraal de vraag of de economische kamer van de rechtbank te Roermond bevoegd was om kennis te nemen van een vordering tot ontneming op grond van artikel 36e, lid 1 van het Wetboek van Strafrecht. De economische kamer was in eerste aanleg reeds onbevoegd verklaard ten aanzien van de strafzaak die gelijktijdig aanhangig was.
Het hof oordeelde dat de ontnemingszaak als een sequeel van de strafzaak moet worden beschouwd. Hierdoor kon de economische kamer niet bevoegd zijn om kennis te nemen van de ontnemingsvordering, aangezien zij ook onbevoegd was in de strafzaak zelf. Dit leidde tot vernietiging van het vonnis van 11 december 2003 en de beslissing dat de economische kamer onbevoegd is.
De beslissing heeft tot gevolg dat de ontnemingszaak niet door de economische kamer behandeld kan worden, en dat de procedure elders moet worden voortgezet. Het arrest is gewezen door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 23 maart 2004.
Uitkomst: De economische kamer van de rechtbank te Roermond is onbevoegd verklaard om kennis te nemen van de ontnemingsvordering.