ECLI:NL:GHSHE:2004:AO7527
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Venhuizen
- den Hartog Jager
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezag van gewijsde en huurgeschil bovenwoning en bedrijfsruimte
In deze civiele zaak staat centraal of de huur van een bovenwoning die onderdeel uitmaakt van een horecagelegenheid zelfstandig kan worden opgezegd, los van de huur van de bedrijfsruimte. De Peyer Zaal en [appellante] zijn partijen in een huurgeschil over een horecabedrijf en een bovenwoning die gezamenlijk verhuurd worden.
De kantonrechter had eerder geoordeeld dat de huur van de bovenwoning niet zonder de bedrijfsruimte mocht worden beëindigd, omdat beide huurcontracten als één geheel moesten worden beschouwd. Dit oordeel is bindend krachtens gezag van gewijsde. Het hof bevestigt dit standpunt en wijst de vordering van De Peyer Zaal tot betaling van huurpenningen over de periode van 15 oktober 1998 tot 2 mei 2001 toe.
Daarnaast is er een reconventionele vordering van [appellante] tot vergoeding van vermeend voordeel dat De Peyer Zaal zou hebben genoten door overname van de klantenkring. Het hof acht deskundigenonderzoek noodzakelijk om dit te beoordelen en verwijst de zaak naar de rol voor nadere procedure, waarbij partijen ook worden geadviseerd een schikking te overwegen.
De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing over de schadevergoeding, terwijl het geschil over de huurpenningen definitief is beslecht.
Uitkomst: De vordering tot huurbetaling wordt toegewezen, de schadevergoeding wordt aangehouden voor nader deskundigenonderzoek.