ECLI:NL:GHSHE:2004:AO7699
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Smeenk-Van der Weijden
- van Etten
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onderhoudsbijdrage ouders aan uitwonende studerende dochter
In deze zaak vordert de jong-meerderjarige dochter een bijdrage van haar ouders in de kosten van levensonderhoud en studie. De rechtbank had een bijdrage opgelegd, maar de ouders gingen in hoger beroep en verzochten onder meer om kwijting van hun onderhoudsplicht door huisvesting van de dochter bij hen. Het hof verklaart dit verzoek niet-ontvankelijk omdat het niet in hoger beroep kan worden ingediend en wijst het af.
Het hof stelt de behoefte van de dochter vast aan de hand van de door de Informatie Beheer Groep gehanteerde bedragen voor een uitwonende particuliere MBO-student, waarbij de studielening niet als behoefteverlagend wordt beschouwd vanwege de terugbetalingsverplichting. De behoefte wordt vastgesteld op €443,48 per maand vanaf 1 oktober 2003 en €455,82 per maand vanaf 1 januari 2004, na aftrek van de ontvangen basisbeurs.
De draagkracht van de ouders wordt berekend op basis van hun netto gezinsinkomen en erkende lasten. Het hof houdt rekening met woonlasten, verzekeringen, premies en reiskosten, maar sluit bouwspaarleningen uit van de lasten omdat deze leiden tot vermogensvorming en niet prevaleren boven de onderhoudsverplichting.
Het hof concludeert dat de ouders voldoende draagkracht hebben om volledig aan hun onderhoudsverplichting te voldoen en vernietigt de beschikking van de rechtbank. Tevens wordt een eenmalige betaling van €1.450,-- over de periode van februari tot oktober 2003 vastgesteld. Proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: Ouders moeten vanaf oktober 2003 een maandelijkse bijdrage van circa €443,48 en vanaf januari 2004 €455,82 betalen voor levensonderhoud en studie van hun uitwonende dochter.