ECLI:NL:GHSHE:2004:AP0174
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Draijer-Udo
- Koens
- Van Griensven
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstane schulden en onvoldoende inspanningsverplichting
De rechtbank te 's-Hertogenbosch had de schuldsaneringsregeling voor appellanten tussentijds beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub c en Pro e Faillissementswet, vanwege het niet naar behoren nakomen van verplichtingen en het trachten benadelen van schuldeisers.
De vordering van de sociale dienst bleek hoger dan aanvankelijk bekend, doordat de man inkomsten uit arbeid niet had gemeld. Tevens waren er twee schulden uit een aanrijding onder invloed niet gemeld. De rechtbank oordeelde dat deze schulden niet te goeder trouw waren ontstaan en dat bij bekendheid van de juiste omvang het verzoek tot toepassing van de regeling zou zijn afgewezen.
Appellanten voerden aan dat tussentijdse beëindiging op deze grond niet mogelijk was en dat zij niet bewust schulden hadden verzwegen. Het hof oordeelde dat de beëindigingsgronden ruim moeten worden uitgelegd en dat het niet melden van schulden ook na toelating tot de regeling een reden kan zijn voor beëindiging.
Verder stelde de vrouw dat zij door medische problemen niet aan haar inspanningsverplichting kon voldoen, maar zij had dit niet aangetoond. Het hof bevestigde dat zij tekort was geschoten in haar verplichtingen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en bevestigde de beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstane schulden en onvoldoende inspanningsverplichting.