ECLI:NL:GHSHE:2004:AP0291
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Kranenburg
- Meulenbroek
- Venhuizen
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot sanering asbestvervuiling bij verkoop perceel en aansprakelijkheid
In deze civiele zaak draait het om de vraag wie verantwoordelijk is voor de sanering van asbestvervuiling op een perceel dat Poetsdoekenfabriek in 1997 aan geïntimeerde heeft verkocht. De koopovereenkomst bepaalde dat de bodem geschikt moest zijn voor bebouwing en dat sanering van bekende vervuiling voor rekening van verkoper kwam. Poetsdoekenfabriek had de bodem gesaneerd op minerale oliën en PAK's, maar asbest was niet geconstateerd.
Na de bouwvakantie van 1999 werd asbest aangetroffen op het perceel, vermoedelijk afkomstig van sloopwerkzaamheden begin jaren '90. Poetsdoekenfabriek stelde dat zij alleen gehouden was tot sanering van bekende vervuiling en dat de asbestvervuiling veroorzaakt was door werkzaamheden van geïntimeerde, die daarom verantwoordelijk zou zijn voor de asbestsanering. Geïntimeerde betwistte deze uitleg.
De rechtbank had Poetsdoekenfabriek de bewijslast opgelegd om aan te tonen dat de asbestvervuiling door de werkzaamheden van geïntimeerde was veroorzaakt. Poetsdoekenfabriek slaagde hier niet in. Het hof bevestigt dat de verplichting tot sanering verder reikt dan alleen bekende vervuiling en dat Poetsdoekenfabriek gehouden was asbest te verwijderen tenzij het bewijs leverbaar was dat de vervuiling door geïntimeerde was veroorzaakt. Omdat Poetsdoekenfabriek dit bewijs niet leverde, worden haar grieven verworpen en worden de vonnissen bekrachtigd. Poetsdoekenfabriek wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat Poetsdoekenfabriek gehouden is tot asbestsanering tenzij zij bewijst dat de vervuiling door geïntimeerde is veroorzaakt, wat niet is gelukt.