ECLI:NL:GHSHE:2004:AP1376
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Teeffelen
- Draijer-Udo
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij wijziging gewone verblijfplaats minderjarige in gezagszaak
In deze zaak staat de vraag centraal of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft in een procedure over wijziging van het ouderlijk gezag over een minderjarige die aanvankelijk in België woonde, maar tijdens de procedure zijn gewone verblijfplaats in Nederland verkreeg.
De ouders zijn gescheiden en het kind woonde aanvankelijk bij de moeder in België. De vader hield het kind na een omgangsperiode bij zich, uit vrees voor mishandeling door de moeder. De voorzieningenrechter wees het verzoek van de moeder tot terugkeer af, en het kind bleef bij de vader. De rechtbank verklaarde zich echter onbevoegd omdat het kind toen nog zijn gewone verblijfplaats in België had.
Het hof stelt vast dat op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag (HKV) niet het tijdstip van het indienen van het verzoek, maar het tijdstip van het nemen van een maatregel bepalend is voor de bevoegdheid. Omdat het kind tijdens de procedure zijn gewone verblijfplaats in Nederland kreeg, is de Nederlandse rechter bevoegd. Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is bevoegd verklaard en de zaak is terugverwezen naar de rechtbank voor verdere afdoening.