ECLI:NL:GHSHE:2004:AP3706
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Huurman-van Asten
- De Vries-Leemans
- Reijntjes
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens opzettelijke bemiddeling bij bedrijfsmatig aantrekken van gelden van het publiek
De verdachte werd in hoger beroep vervolgd wegens het opzettelijk bemiddelen bij het bedrijfsmatig aantrekken van op termijn opvorderbare gelden van het publiek in Nederland en België gedurende de periode van 1 juni 1996 tot en met 14 september 1999. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze gedragingen heeft verricht, waarbij het begrip 'bedrijfsmatig' werd uitgelegd als stelselmatig handelen binnen of buiten een onderneming en 'van het publiek' als buiten een besloten kring.
De zaak was complex vanwege de samenhang met meerdere andere strafzaken en het omvangrijke opsporingsonderzoek met honderden getuigen en duizenden pagina's proces-verbaal. De verdediging voerde onder meer aan dat het opsporingsonderzoek onzorgvuldig was, dat het dossier onvolledig was en dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens schending van het recht op een redelijke termijn en andere procesrechtelijke bezwaren. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat de vervolging niet onredelijk lang had geduurd en dat de verdediging niet substantieel was geschaad.
Het hof overwoog dat opzet niet in de zin van boos opzet vereist was, maar dat willens en wetens handelen volstond. Verdachte had zich bewust beziggehouden met het bemiddelen bij het aantrekken van gelden. Het verweer dat verdachte mocht vertrouwen op de vergunningen van zijn werkgever werd verworpen omdat verdachte zich had moeten vergewissen van de rechtmatigheid. De strafoplegging bestond uit een gevangenisstraf van vier maanden, waarvan de uitvoering werd opgeheven onder voorwaarden, en een taakstraf van 240 uur, met vervangende hechtenis bij niet-nakoming. De kosten werden ieder voor eigen rekening gedragen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden en een taakstraf van 240 uur wegens opzettelijke bemiddeling bij bedrijfsmatig aantrekken van gelden van het publiek.