ECLI:NL:GHSHE:2004:AP4609
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- Van Nierop
- Lo-Sin-Sjoe
- De Bruijne
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens overschrijding redelijke termijn voorlopige hechtenis
In deze zaak stond de voorlopige hechtenis van verdachte centraal, die op 28 april 2004 door de rechtbank te 's-Hertogenbosch voor 30 dagen was bevolen. Verdachte stelde hoger beroep in tegen deze beslissing op 29 april 2004. Door een handelwijze van de officier van justitie, waarbij stukken niet tijdig werden doorgezonden aan het gerechtshof, vond de behandeling van het hoger beroep niet binnen de redelijke termijn plaats.
Op 17 mei 2004 behandelde de rechtbank een vordering van de officier van justitie, waarna de stukken pas op 21 mei 2004 bij het hof aankwamen. Het hof constateerde hierdoor een schending van artikel 71, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering en artikel 5, vierde lid, EVRM, die het recht op een tijdige berechting waarborgt.
Hoewel het belang van de strafvordering doorgaans zwaar weegt, oordeelde het hof dat de niet-verschoonbare vertraging door de officier van justitie leidde tot schending van het recht op een eerlijke behandeling zoals neergelegd in artikel 6 EVRM Pro. Daarom verklaarde het hof de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering tot gevangenhouding, hief het bevel tot voorlopige hechtenis op en beval de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot gevangenhouding en verdachte is onmiddellijk in vrijheid gesteld.