ECLI:NL:GHSHE:2004:AQ1737
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing drempel bij uitsmeerregeling in inkomstenbelasting 2000
Belanghebbende was het niet eens met de toepassing van een drempel van ƒ 1.200,- door de Inspecteur bij de uitsmeerregeling in de inkomstenbelasting over het jaar 2000. De Inspecteur had de aanslag ambtshalve verminderd, rekening houdend met deze drempel. Belanghebbende ontkende de rechtmatigheid hiervan.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of de Inspecteur terecht de drempel hanteerde. Het hof stelde vast dat de uitsmeerregeling is gebaseerd op artikel 63 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen en dat de Staatssecretaris van Financiën bevoegd is voorwaarden te stellen, waaronder de drempel. Deze drempel was historisch afgestemd op de middelingsregeling in de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Het hof oordeelde dat de Staatssecretaris niet onredelijk of onwillekeurig had gehandeld door dezelfde drempel van ƒ 1.200,- toe te passen. Ook werden geen beginselen van behoorlijk bestuur geschonden. Het verzoek van belanghebbende om kwijtschelding van de belasting werd afgewezen omdat dit niet binnen de taak van de belastingrechter valt.
Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak, handhaafde de aanslag na ambtshalve vermindering en vergoedde het betaalde griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de Inspecteur terecht een drempel van ƒ 1.200,- toepast bij de uitsmeerregeling en verklaart het beroep gegrond met vernietiging van de bestreden uitspraak.