ECLI:NL:GHSHE:2004:AQ4617
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.M. Bongaarts
- J. Swinkels
- F. Sonneveldt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingheffing hoofdgerechtigdheid in box 3 bij vruchtgebruik woning
Belanghebbende betwistte dat de waarde van de hoofdgerechtigdheid, ook wel blote eigendom genoemd, moet worden meegenomen in de rendementsgrondslag voor de berekening van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen (box 3). Deze hoofdgerechtigdheid was in 1995 door zijn ouders aan hem overgedragen onder voorbehoud van vruchtgebruik ten behoeve van henzelf. Belanghebbende wilde dat de waarde van deze blote eigendom niet in de rendementsgrondslag werd opgenomen, wat zou leiden tot een vermindering van de aanslag.
De Inspecteur handhaafde de aanslag en stelde dat de eigenwoningregeling niet van toepassing is op vruchtgebruik en blote eigendom, waardoor de waarde van het vruchtgebruik bij de ouders en de blote eigendom bij belanghebbende in box 3 wordt belast. Er is geen overgangsregeling getroffen voor situaties die op 1 januari 2001 al bestonden, ondanks dat dit onderwerp tijdens de parlementaire behandeling uitvoerig is besproken.
Het hof bevestigde dat het niet aan de Inspecteur of het hof is om af te wijken van de uitdrukkelijke wil van de wetgever, ook al leidt dit tot nadelige gevolgen voor belanghebbende. De wetgever heeft bewust geen overgangsregeling getroffen en het hof kan de billijkheid of innerlijke waarde van de wet niet toetsen. Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de waarde van de hoofdgerechtigdheid terecht is begrepen in de rendementsgrondslag van box 3.