4.2 Het gaat in deze zaak, kort samengevat, om het volgende.
a) Partijen zijn buren. [principaal appellant] is eigenaar van het woonperceel aan de [adres] te [plaats] en [principaal geïntimeerde] van het woonperceel aan de [adres].
b) Het perceel van [principaal geïntimeerde] is als lijdend erf ten behoeve van het perceel van [principaal appellant] als heersend erf belast met een
'erfdienstbaarheid, rechtgevende aan de eigenaar van het heersend erf om vanaf het heersend erf over de bestaande opvaart van het lijdend erf de [straat] te bereiken en omgekeerd'.
c) Gezien van de [straat] ligt de woning van [principaal appellant] rechts van die van [principaal geïntimeerde]. Bedoelde opvaart ligt links van de woning van [principaal geïntimeerde] tussen
die woning en het daarnaast gelegen café "[naam café]". Aan de straatkant is de opvaart ongeveer 3.50 meter breed en aan de achterzijde ruim een meter.
d) Over de erfdienstbaarheid is in 1991 tussen partijen voor de rechtbank te Roermond een procedure aanhangig geweest. Hierin vorderde [principaal geïntimeerde], kort gezegd, dat hij gerechtigd was de doorgang waarop de erfdienstbaarheid rust te beperken tot 1.60 meter. Deze procedure is geëindigd met een dading, die inhoudt dat '[principaal geïntimeerde] gerechtigd is zijn tegelpad, gelegen langs zijn gevel, te verbreden tot plusminus 160 centimeter en dat hij tevens gerechtigd is de overige ruimte, gelegen tussen zijn pand en het daarnaast gelegen café te beplanten naar eigen inzicht, een en ander zo dat de erfdienstbaarheid niet wordt belemmerd en een doorgang van minimaal 160 centimeter in stand blijft voorzover de feitelijke situatie aan de achterzijde dat toelaat'.
e) In de situatie ter plaatste is naar aanleiding van deze dading geen wijziging gekomen. Op de opvaart loopt ook thans nog vanaf de straat direct naast de woning van [principaal geïntimeerde] tot achter een tegelpad van drie tegels breed. Tussen dit pad en het erf van het café ligt kiezel.
f) In de onderhavige procedure vordert [principaal geïntimeerde] in conventie, kort samengevat, een verklaring voor recht dat hij gerechtigd is voor de opvaart aan de straatkant een hek te plaatsen met een afsluitbare poort van 1.60 meter breed aansluitend aan het erf van het café en het pad van de erfdienstbaarheid van 1.60 meter breed op die poort te laten aansluiten, waarbij de poort na gebruik afgesloten dient te worden om te voorkomen dat derden, afgezien van de echtgenote van [principaal appellant], van de doorgang gebruik maken.
g) In reconventie vordert [principaal appellant], kort samengevat, een verklaring voor recht dat de doorgang blijft zoals in de dading vastgelegd, zonder enige verdere belemmering en een verbod op het plaatsen van een hek, poort of andere afsluiting die een belemmering inhoudt.
h) Nadat een comparitie van partijen was gehouden, heeft de rechtbank bij het beroepen vonnis de vorderingen van [principaal geïntimeerde] in conventie toegewezen, de vorderingen van [principaal appellant] in reconventie afgewezen en [principaal appellant] in conventie en in reconventie in de proceskosten veroordeeld. Hiertegen richten zich de grieven in het principaal appel. Het vonnis is, ook ten aanzien van de proceskostenveroordeling, niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hierop heeft het incidenteel appel betrekking.