ECLI:NL:GHSHE:2004:AQ5851
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt heffing verbruiksbelasting op water in 18,9 liter containers
De zaak betreft de vraag of het door de belanghebbende geproduceerde water, verpakt in 18,9 liter containers en geleverd aan afnemers die het water via koel-tapinstallaties voor gebruik ter plaatse tappen, als mineraalwater in de zin van artikel 8 van Pro de Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken moet worden aangemerkt. Het Hof bevestigt dat dit het geval is en dat de containers niet als kleinhandelsverpakking kunnen worden beschouwd.
De belanghebbende stelde dat de heffing in strijd was met het gelijkheidsbeginsel omdat waterleidingbedrijven en water via zelfvullende watercoolers niet werden belast, en dat de heffing onterecht zou zijn vanwege het filterskoelersbesluit dat vrijstelling verleent bij productie tot 2.000 liter per kwartaal. Het Hof oordeelt dat de situatie van waterleidingbedrijven niet vergelijkbaar is omdat zij water niet in verpakking leveren en dat het filterskoelersbesluit niet van toepassing is omdat de belanghebbende zelf meer dan 2.000 liter per kwartaal produceert en de containers niet als kleinhandelsverpakking gelden.
Het Hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslagen. Tevens wijst het Hof de proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 10 juni 2004.
Uitkomst: Het beroep van de belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen blijven in stand.