ECLI:NL:GHSHE:2004:AQ6945
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Griensven
- Lamers
- Van Soest-van Dijkhuizen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bewindvoerster tot schenking uit onder bewind gesteld vermogen
Appellante, benoemd tot bewindvoerster en enig erfgename van de erflaatster, verzocht om machtiging om een schenking van €250.000 uit het onder bewind gestelde vermogen aan zichzelf te doen, vrij van rechten. De rechtbank wees dit verzoek af omdat het niet in het belang van de erflaatster was.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat de schenking fiscaal voordelig is en geen nadeel oplevert voor de erflaatster, die nog voldoende vermogen zou behouden. Ook stelde zij dat de schenking herroepelijk gemaakt kon worden en onder ontbindende voorwaarden kon plaatsvinden.
Het hof overwoog dat er geen schenkingstraditie bestaat en dat naast appellante twee voorwaardelijke erfgenamen zijn, wier rechten door de schenking in gevaar kunnen komen. De ontbindende voorwaarden bieden onvoldoende zekerheid dat het vermogen bij overlijden nog aanwezig is. Tevens verklaarde appellante de schenking niet nodig te hebben voor haar eigen behoefte. Het grootste deel van het vermogen zou door de schenking verdwijnen, terwijl de erflaatster dit mogelijk in de toekomst nog nodig heeft.
Gelet op deze omstandigheden oordeelde het hof dat onvoldoende gronden aanwezig zijn om toestemming te verlenen. Het fiscale voordeel voor appellante is hiervoor onvoldoende reden. Het hof bekrachtigde daarmee het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schenking uit het onder bewind gestelde vermogen af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.