ECLI:NL:GHSHE:2004:AQ7034
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Teeffelen
- Koens
- Lamers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgangsregeling tussen vader en minderjarige kinderen na bemiddeling
De man verzocht op grond van artikel 1:377h BW een omgangsregeling met zijn minderjarige kinderen vast te stellen, welke nooit tot stand was gekomen door slechte communicatie en wantrouwen tussen hem en de vrouw, de moeder van de kinderen. De rechtbank wees het verzoek af, waarna het hof in hoger beroep de zaak aanhield en de Raad voor de Kinderbescherming en een deskundige benoemde om begeleiding en bemiddeling te bieden.
De Raad voor de Kinderbescherming rapporteerde dat er geen contra-indicaties waren voor omgang, maar dat het vertrouwen en de communicatie tussen de ouders minimaal moesten zijn om een omgangsregeling te laten slagen. De vrouw weigerde aanvankelijk medewerking vanwege wantrouwen jegens de man. De deskundige voerde bemiddelingsgesprekken, waardoor de communicatie verbeterde en begeleide proefcontacten tussen de vader en kinderen mogelijk werden.
Na meerdere positieve omgangsbezoeken en evaluaties stemden partijen in met een omgangsregeling. De Raad voor de Kinderbescherming en de deskundige adviseerden het hof deze regeling vast te stellen. Het hof vernietigde de eerdere beschikking van de rechtbank en stelde de omgangsregeling vast, uitvoerbaar bij voorraad, waarmee het belang van de kinderen en het recht van de vader op omgang werden gewaarborgd.
Uitkomst: Het hof stelde een omgangsregeling vast tussen de vader en zijn minderjarige kinderen na bemiddeling en begeleiding.