ECLI:NL:GHSHE:2004:AR2460
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Kranenburg
- Meulenbroek
- Feddes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het bestaan van een overeenkomst tot opheffing onverdeeldheid onroerend goed
Partijen zijn ieder voor de helft eigenaar van een onroerende zaak en waren in onderhandeling over opheffing van de onverdeeldheid door overname van het aandeel van appellant door geïntimeerde. Appellant stelde dat in december 2001 een overeenkomst tot stand was gekomen op basis van correspondentie tussen hun raadslieden, waarin een onvoorwaardelijk aanbod tot toescheiding van zijn aandeel zou zijn gedaan en aanvaard.
Geïntimeerde betwistte dit en stelde dat het aanbod afhankelijk was gesteld van de overdracht van de onroerende zaak aan een derde, zoals blijkt uit een concept koopakte. Het hof oordeelde dat de brief van 11 december 2001 niet als een zelfstandig onvoorwaardelijk aanbod kon worden beschouwd, mede omdat de formulering en het bedrag in de brief aansluiten bij de verkoop aan een derde.
Appellant bracht geen aanvullende feiten of omstandigheden aan die het bestaan van een overeenkomst konden onderbouwen. Het hof verwierp daarom de primaire vordering van appellant, bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De primaire vordering tot betaling en medewerking aan overdracht wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.