ECLI:NL:GHSHE:2004:AR4682
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Schaik-Veltman
- Grapperhaus
- Keizer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs en aansprakelijkheid bij afbreken onderhandelingen tankstationovername
In deze civiele procedure stond centraal of tussen appellant en geïntimeerde op 15 juni 1999 een koopovereenkomst tot stand was gekomen voor de overname van een tankstation, en of geïntimeerde vrij stond de onderhandelingen af te breken met een beroep op financieringsonmacht.
Het hof heeft uitgebreid getuigenverklaringen en stukken beoordeeld, waaronder verscheidene besprekingen tussen partijen, conceptovereenkomsten en correspondentie. Hoewel meerdere besprekingen plaatsvonden en er een conceptovereenkomst (concept 3) was met onder meer een vrijwaringsvoorstel, is niet bewezen dat partijen overeenstemming bereikten over essentiële voorwaarden zoals de omvang van de vrijwaring en het aansprakelijkheidsplafond.
Wel is vastgesteld dat appellant aanzienlijke kosten heeft gemaakt in het kader van de onderhandelingen en de aanpassing van bouwplannen aan de wensen van geïntimeerde. Het hof oordeelt dat geïntimeerde eind juni 1999 niet meer vrij stond de onderhandelingen af te breken zonder vergoeding van deze kosten, omdat geïntimeerde het vertrouwen had gewekt dat financiering geen probleem zou zijn en appellant op een goede afloop mocht vertrouwen.
De onderhandelingen waren echter nog niet zover gevorderd dat geïntimeerde verplicht was tot nakoming van een koopovereenkomst of tot vergoeding van gederfde winst. Het hof heeft de zaak verwezen naar een volgende rolzitting voor nadere onderbouwing van de gevorderde kosten en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat geen koopovereenkomst is gesloten, maar dat geïntimeerde niet vrij stond de onderhandelingen af te breken zonder vergoeding van gemaakte kosten; verdere beslissing is aangehouden.