ECLI:NL:GHSHE:2004:AR5038
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Drijkoningen
- Den Hartog Jager
- Rechtspraak.nl
Verhuurder niet ontvankelijk in verzoek tot goedkeuring afwijkend beding in vierde huurovereenkomst wegens te late indiening
In deze zaak gaat het om het verzoek van de verhuurder tot goedkeuring van een afwijkend beding in een vierde opeenvolgende huurovereenkomst, lopend van 1 oktober 2003 tot 1 oktober 2005. Eerder waren drie huurovereenkomsten gesloten met looptijden van respectievelijk drie, twee en één jaar.
De kern van het geschil betreft de vraag of het verzoek tot goedkeuring tijdig is ingediend bij de kantonrechter. Artikel 7:301 lid 3 BW Pro vereist dat een dergelijk verzoek vóór het verstrijken van de laatste huurovereenkomst wordt ingediend. Hoewel de laatste overeenkomst slechts één jaar liep, moet de termijn in samenhang met de huurdersbeschermende strekking van de wet worden uitgelegd als de duur waarvoor de laatste overeenkomst gold.
Het hof oordeelt dat het verzoek van de verhuurder, hoewel gedateerd op 29 september 2003, waarschijnlijk pas op 1 oktober 2003 bij de griffie is ontvangen. De verhuurder heeft niet aannemelijk gemaakt dat het verzoek tijdig was ingediend of dat hij de ontvangst bij de griffie had geverifieerd. Hierdoor is de verhuurder niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Het hof vernietigt de eerdere beschikking en verklaart de verhuurder alsnog niet-ontvankelijk. Partijen verschillen nog van mening over de rechtsgevolgen van de te late indiening, maar hebben het hof niet verzocht hierover een beslissing te nemen.
Uitkomst: De verhuurder is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot goedkeuring van een afwijkend beding wegens te late indiening.