ECLI:NL:GHSHE:2004:AR7508
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.Ch. Koster-Vaags
- Drijkoningen
- Spoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling agentuurovereenkomst en uitleg exclusiviteitsbeding tussen BTC en Vodafone
In deze zaak staat centraal of de relatie tussen BTC en Vodafone kan worden gekwalificeerd als een agentuurovereenkomst en hoe het exclusiviteitsbeding in de dealerovereenkomst van 20 december 2000 moet worden uitgelegd.
BTC stelt dat Vodafone tekort is geschoten door klanten die via BTC zijn aangebracht rechtstreeks te benaderen en te bedienen zonder vergoeding te betalen. Vodafone betwist dat sprake is van een agentuurovereenkomst en stelt dat het een overeenkomst sui generis betreft, waarbij de dealer voor de klant werkt en niet voor de operator.
Het hof oordeelt dat aan de wettelijke kenmerken van een agentuurovereenkomst is voldaan en verwerpt het verweer van Vodafone dat sprake zou zijn van een andere overeenkomst. Het hof erkent dat de exclusiviteit is uitgesloten, maar laat Vodafone toe bewijs te leveren over de uitleg van artikel 7 lid 2 van Pro de dealerovereenkomst, waarin wordt bepaald dat Vodafone klanten die via BTC zijn aangesloten na afloop van het contract rechtstreeks mag benaderen voor verlenging.
De zaak wordt aangehouden voor het horen van getuigen en verdere bewijslevering, waarna een definitieve beslissing zal volgen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de agentuurovereenkomst en houdt de verdere beslissing aan voor bewijslevering over de uitleg van het exclusiviteitsbeding.