ECLI:NL:GHSHE:2004:AR8199
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Teeffelen
- Smeenk-Van der Weijden
- Spliet
- Rechtspraak.nl
Toepassing Nederlands recht bij echtscheiding en verdeling huwelijksgemeenschap van in Marokko gehuwd echtpaar
Partijen zijn in Marokko gehuwd, waarbij de man de Marokkaanse nationaliteit heeft en de vrouw de Nederlandse. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en beval de verdeling van de huwelijksgemeenschap onder toepassing van Nederlands recht, omdat partijen geen gemeenschappelijke nationaliteit hebben en hun gewone verblijfplaats in Nederland is.
De man ging in hoger beroep en stelde dat Marokkaans recht van toepassing moest zijn vanwege het huwelijk in Marokko en de bewustheid daarvan. Hij betwistte ook dat het huwelijk duurzaam ontwricht was en voerde aan dat verzoening mogelijk bleef. Daarnaast stelde hij dat Marokkaans recht op de verdeling van toepassing moest zijn.
De vrouw voerde aan dat partijen geen rechtskeuze hadden gemaakt en dat Nederlands recht van toepassing was op grond van de Wet conflictenrecht echtscheiding en het Haags Huwelijksvermogensverdrag. Zij benadrukte de duurzame ontwrichting en het feit dat partijen sinds medio 2000 niet meer samenwonen.
Het hof oordeelde dat bij gebrek aan gemeenschappelijke nationaliteit en met gewone verblijfplaats in Nederland het Nederlands recht geldt voor echtscheiding en verdeling. De stelling van de man over rechtskeuze faalde, evenals zijn betwisting van duurzame ontwrichting. Het hof bevestigde dat Nederland de eerste gewone verblijfplaats na het huwelijk was en bekrachtigde de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat Nederlands recht van toepassing is op de echtscheiding en verdeling van de huwelijksgemeenschap en bekrachtigt de bestreden beschikking.