ECLI:NL:GHSHE:2004:AR8511
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Smeenk-Van der Weijden
- Van Teeffelen
- Spliet
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over mentorschap dementerende vrouw en deskundigenonderzoek verzorgingsvraag
In deze zaak is in eerste aanleg een derde van een bewindvoerderskantoor benoemd tot mentor van een dementerende vrouw. Haar echtgenoot, appellant, gaat in hoger beroep omdat hij meent dat hij als echtgenoot het mentorschap zou moeten krijgen om haar thuis te kunnen verzorgen. Er bestaat een fundamenteel verschil van mening tussen appellant en een aantal van zijn kinderen over de wijze van verzorging en de persoon die het mentorschap moet vervullen.
Appellant stelt dat zijn echtgenote thuis verzorgd kan worden met behulp van thuiszorg, hetgeen ook haar voorkeur zou zijn, terwijl andere kinderen vinden dat zij in het verpleeghuis moet blijven en twijfelen aan de verzorgingscapaciteit van appellant. Het hof acht het belang van de vrouw en de verdeeldheid binnen de familie zodanig dat een deskundigenonderzoek noodzakelijk is om objectief te beoordelen hoe, door wie en waar de vrouw het beste verzorgd kan worden.
Het hof benoemt een klinisch geriater als deskundige en formuleert concrete onderzoeksvragen over de medische en psychische toestand van de vrouw, de mogelijkheid en voorwaarden voor verzorging thuis door appellant, de geschiktheid van het verpleeghuis en overige relevante opmerkingen. Alle betrokkenen stemmen in met het onderzoek en de kosten worden door appellant gedragen. Het hof houdt verdere beslissing aan totdat het deskundigenonderzoek is afgerond.
Uitkomst: Het hof gelast een deskundigenonderzoek om te bepalen wie het mentorschap over de dementerende vrouw moet krijgen en hoe zij het beste verzorgd kan worden.