ECLI:NL:GHSHE:2004:AS2077
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Begheyn
- Venner-Lijten
- Pellis
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof wijst aansprakelijkheid Akzo voor bodemverontreiniging met HCH af wegens gebrek aan bewust roekeloosheid
In deze zaak staat de aansprakelijkheid van Akzo Nobel Chemicals B.V. centraal voor bodemverontreiniging met hexachloorcyclohexaan (HCH) op haar voormalige bedrijfsterrein en de gevolgen daarvan in de omgeving. De Staat vorderde vergoeding van saneringskosten op grond van de Wet bodembescherming (Wbb). Het hof te Arnhem had eerder geoordeeld dat Akzo mogelijk ernstig verwijtbaar had gehandeld, maar de Hoge Raad vernietigde dit oordeel en verwees de zaak terug naar het hof te 's-Hertogenbosch.
Het hof 's-Hertogenbosch overweegt dat Akzo niet op de hoogte was van de verontreiniging toen grond en puin werden afgevoerd tussen 1954 en 1970. Het afvoeren van bouwgrond en puin naar locaties buiten officiële stortplaatsen was destijds niet ongebruikelijk. Voor aansprakelijkheid op grond van artikel 75 lid 6 Wbb Pro is vereist dat Akzo opzettelijk of bewust roekeloos heeft gehandeld, wat inhoudt dat zij zich bewust moet zijn geweest van de schadelijke gevolgen van haar handelen.
Gezien het ontbreken van wetenschap van de verontreiniging en het feit dat de Staat niet heeft bewezen dat Akzo bewust roekeloos handelde, wijst het hof de vorderingen van de Staat af. Tevens worden de eerdere vonnissen van de rechtbank Almelo vernietigd en wordt de Staat veroordeeld in de proceskosten. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor het kostenveroordelingsdeel.
Uitkomst: De vorderingen van de Staat worden afgewezen wegens het ontbreken van bewust roekeloos handelen door Akzo.