ECLI:NL:GHSHE:2004:AS4033
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Blokland
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over loon van Belgische inwoner met Nederlandse dienstbetrekking
Belanghebbende, een inwoner van België, verrichtte in 2000 werkzaamheden in Nederland als opnameleider voor A. Hij ontving een bruto loon van fl. 69.983,90 waarover A fl. 13.121,98 aan loonbelasting inhoudde en afdroeg. Belanghebbende betwistte de inhouding en stelde dat sprake was van dubbele belastingheffing door België en Nederland. Hij beschikte niet over een OVAV-verklaring, waardoor A inhoudingsplichtig was.
Het hof stelde vast dat de arbeidsrelatie tussen belanghebbende en A een privaatrechtelijke dienstbetrekking betrof, gelet op de aard van de werkzaamheden, de persoonlijke arbeidsplicht, de gezagsverhouding en de contractuele bepalingen. Het hof oordeelde dat artikel 15 van Pro het belastingverdrag Nederland-België van toepassing is, waardoor Nederland het heffingsrecht heeft over het loon uit de dienstbetrekking in Nederland.
Hoewel het beroep gegrond werd verklaard en de bestreden uitspraak werd vernietigd, handhaafde het hof het ingehouden bedrag aan loonbelasting. Tevens werd belanghebbende ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar en werd het betaalde griffierecht van €29 vergoed. Het hof wees de Staat aan als de partij die het griffierecht moet vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard, de bestreden uitspraak vernietigd, maar de inhouding van loonbelasting door A wordt gehandhaafd.