ECLI:NL:GHSHE:2004:AS5976
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Kranenburg
- Meulenbroek
- Feddes
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot oplevering vloeistofdichte betonverharding en uitsluiting aansprakelijkheid afgewezen
In deze civiele procedure stond centraal de vraag of de onderaannemer, die de opdracht had gekregen een vloeistofdichte betonverharding aan te leggen, gehouden was aan deze resultaatverplichting en of zij zich kon beroepen op een exoneratieclausule in haar algemene voorwaarden.
Het hof oordeelde dat de opdracht inhield dat de betonverharding vloeistofdicht diende te zijn en dat deze verplichting niet kan worden uitgesloten door een clausule waarop de onderaannemer zich beriep. De BRL 2370, die betrekking heeft op het verwerken van beton in vloeistofdichte constructies, bevestigt dat de verharding zelf ook vloeistofdicht moet zijn.
De onderaannemer had niet aannemelijk gemaakt dat de scheurvorming en het gebrek aan vloeistofdichtheid niet aan haar toerekenbaar waren. Haar stelling dat de vloer te snel zou zijn belast werd door de hoofdaannemer weersproken en niet weerlegd. De vorderingen van de onderaannemer werden afgewezen, het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en zij werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van de onderaannemer af, met veroordeling in de kosten.