ECLI:NL:GHSHE:2004:AS6328
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Kranenburg
- Meulenbroek
- Feddes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van ontgrondingsrecht en depotzand na ontbinding overeenkomst
In deze zaak staat centraal of het vonnis tot ontbinding van een overeenkomst over zandwinning ook betrekking heeft op zand dat reeds gewonnen was en in depot lag op een ander perceel. De oorspronkelijke overeenkomst gaf Bo Te Technische Dienst BV het exclusieve recht om zand te ontgronden en af te graven op perceel H 42, waarbij het zand via een pijpleiding werd geplaatst op perceel H 915.
Na ontbinding van de overeenkomst door de rechtbank op 8 oktober 2003, waarbij het ontgraven werd verboden, blokkeerde [appellant sub 1] de uitrit van het depot op perceel H 915, waardoor het wegvoeren van het zand werd verhinderd. Bo Te c.s. vorderden in kort geding dat deze blokkade werd opgeheven.
Het hof overweegt dat het vonnis van ontbinding niet alleen betrekking heeft op het ontgraven van zand, maar ook op het reeds gewonnen zand in depot. Het recht van Bo Te Technische Dienst BV om het perceel H 915 te gebruiken is volgens het hof per 20 mei 2002 geëindigd. Daarom is er onvoldoende grond om de vordering van Bo Te c.s. toe te wijzen en wordt de blokkade niet opgeheven. De procedurekosten worden Bo Te c.s. opgelegd.
Uitkomst: De vordering van Bo Te c.s. om de blokkade van het zanddepot op te heffen wordt afgewezen.